het tweede sonnet

De dag der aller dagen bleek te zijn aangebroken voor Oogappel achter op de herenfiets gezeten helemaal moe en kleddernat van zijn zwavele zweten had zij naar parfum, rook en kauwgum geroken hij had die dag niet van zijn appels gegeten hij was zijn tandenborstel die dag niet vergeten hij had die dag zelfs zijn fietsband gepompt dus het was niet raar dat hij volkomen verstomd was toen hij haar uiteengevallen op straat zag liggen achter zijn fiets ‘ god heeft het weer moeten verknallen’ nu net nu hij voor het eerst eens helemaal niets anders wilde met dit kistje jonge goudrenetten dan het eenvoudig als kunstwerk te kijk te zetten.

het eerste sonnet

met een van zijn oogappels stapte hij op zijn fiets reed naar het einde van de grote stad wat hem in eerste instantie geen moeite koste, helemaal niets maar na verloop van tijd toch behoorlijk wat

zweet druppelde op zijn geliefde -haar lijf rook al snel zijn parfum zij dure sigaar de klappende kauwgum

viel uit zijn scheefgerookte mond waar wormen zijn tanden als appels doorknagen waar nooit antwoorden komen slechts vragen

die hij spuugt als pitten op de grond overal waar hij op zijn fiets in het rond fietst zo ook die dag, de dag der aller dagen.

Het plan

Op deze weblog wil ik je deelgenoot maken van mijn plan een 15 voudig sonnet te schrijven (dus 15 sonnetten) met een thema: De Eeuwige Wederkeer. Zie bij 'definitie' over de 'regels' voor degelijk sonnettenkrans. Lees verder om te ontdekken wat De Eeuwige Wederkeer voor soort idee is. Tips en suggesties zijn uiteraard welkom! Groeten, Gerben Lees verder...

De definitie

son·net (het ~, ~ten) 1 lyrisch gedicht van 14 vijfvoetige, meestal jambische regels, nl. twee strofen van 4 regels door 2 rijmen verbonden, de kwatrijnen, en twee strofen van 3 regels die uit tweemaal 3 rijmen of driemaal 2 rijmen bestaan, de terzetten => klinkdicht son·net·ten·krans (de ~ (m.)) 1 reeks van 15 sonnetten over hetzelfde onderwerp, waarbij meestal de begin- of eindregels van de 14 sonnetten het vijftiende vormen